| Het mirakel ter Heilige Stede |
|
|
|
Dit is het enige bewaard gebleven werk van Jacob Cornelisz. van Oostsanen dat niet met olieverf op paneel is geschilderd, maar met tempera (verf op basis van eierdooier en water) op doek. De tand des tijds heeft het kwetsbare doek sterk aangetast; er zijn alleen fragmenten van bewaard gebleven die ook nog eens in een matige conditie verkeren. Vanwege de historie en het verbeelde onderwerp is dit doek niettemin een van de topstukken van het Amsterdams Historisch Museum. De fragmenten verbeelden scènes uit het verhaal van het Mirakel van Amsterdam, dat zich in 1345 afspeelde. Een zieke man kreeg een hostie toegediend, die hij met zijn voedsel weer uitbraakte. De vrouw die hem verzorgde wierp het braaksel met de hostie in het haardvuur. De volgende dag bemerkte ze dat de hostie helemaal niet door het vuur was aangetast, en kon ze hem ongeschonden uit de haard halen zonder zich te branden. Uiteindelijk werd de hostie in een plechtige processie overgebracht naar de Oude Kerk. Rond 1347 werd er een aparte kapel aan gewijd. Deze 'Heilige Stede' werd een populair bedevaartsoord waarvoor pelgrims van heinde en verre naar Amsterdam kwamen. Tussen 1513 en 1519, toen Pompeus Occo kerkmeester was, werd de Heilige Stede verfraaid. Mogelijk heeft Jacob Cornelisz. het doek als onderdeel daarvan geschilderd. De acht bewaard gebleven fragmenten verbeelden:
![]()
|




